1 mei-speech van Paul Callewaert

01 mei 2020

Beste gezellinen, matekes,

We passen ons aan, hé kameraden.

1 mei 2020 zal voor velen een 1 mei zijn met een dubbel gevoel. Zo ervaar ik dat ook.

Aan de ene kant een wrang gevoel, een gevoel van ontgoocheling, opgekropte woede zelfs. Aan de andere kant een gevoel van vreugde, van hoop. Dat is hoe ik en ik neem aan velen onder u de coronacrisis beleven. 

Laat ons met het wrang gevoel beginnen. Het is ingegeven door het wanbeleid gevoerd ten aanzien van de allerzwaksten in onze samenleving: de ouderen en de personen en kinderen met beperkingen. De groepen waarvan velen in instellingen worden opgevangen, maar velen ook in een thuissituatie worden verzorgd.

Het gaat om mensen waarvoor we in het verleden niet genoeg hebben gedaan. Mensen die nu door de Vlaamse overheid in de steek werden gelaten.

Toen men op 12 maart jl. de woonzorgcentra en opvanginstellingen sloot,  liet men die mensen en hun verzorgers aan hun lot over. Dat zou vele nodeloze doden eisen.

Men liet hen aan hun lot over zonder begeleidingsmaatregelen, zonder testprogramma’s, zonder beschermingskledij, zonder maskers, zonder richtlijnen. Letterlijk, duizenden personeelsleden, tien duizenden  bewoners van deze instellingen en  honderd duizenden familieleden werden in de steek gelaten op een moment dat Vlaanderen er voor hen had moeten staan. Zij stonden alleen tegenover  een genadeloze vijand.

Pas 3,5 week later, ja, 3,5 week later komt een eerste maatregel onder de vorm van een lijst met pijnlijke vaststellingen en problemen. Na bijna vier weken wordt een task force opgericht die deze problemen zou moeten aanpakken.

Iedereen in deze crisis moet varen op voortschrijdend inzicht, maar wat we hier zien is: vooruitziendheid 0,0, daadkracht 0,0, snelheid van handelen 0,0000005.

De zogeheten task force had er al moeten zijn vóór 12 maart, had de sluitingsmaatregel moeten begeleiden met een gecoördineerde aanpak en een actieplan: Er had voor alle centra een inventaris moeten zijn van het beschikbaar en ziek personeel. Men had moeten voorzien in de organisatie van testen om besmette en niet besmette personen te identificeren. Voor het verzorgend personeel had er voldoende beschermingskledij en adequate maskers, moeten zijn.

Men had gepast advies moeten geven voor de organisatie- en behandelingsscenario’s, voor de bezoekregelingen, zeker voor wie het einde nadert? Tot vandaag zien we dat onvoldoende. De task force is weinig force en nog minder task.

De drama’s, de tragedies die we in de zorginstellingen hebben meegemaakt dreigen zich voor te doen in de thuissituatie. Ook daar moeten de kwetsbare, zorgbehoevende mensen rekenen op de steun en zorg van verzorgend personeel. En ook die mensen worden stiefmoederlijk behandeld. Men laat hen bengelen tussen het federale en regionale niveau met het gevolg dat zij onvoldoende worden gesteund om hun belangrijk werk te kunnen doen.

Wij roepen daarom op om zo snel mogelijk tegemoet te komen aan de noden van de thuiszorgdiensten. Daar stelt zich een grote behoefte aan geschikt materiaal om risicopatiënten en verzorgers adequaat te beschermen. Laten we de noodzakelijke investeringen solidair dragen.

Moeten we het beschrijven als slecht beleid of als gebrek aan beleid? Hoe dan ook de gevolgen wegen zwaar: teveel en nodeloos lijden. Teveel onzekerheid. Teveel dodelijke slachtoffers.

Wij herdenken hen en onze gedachten gaan uit naar hun dierbaren die zij achterlaten. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat jullie en al je naasten gezond blijven.

Terwijl het voor vele mensen, voor velen van ons zo’n donkere dagen zijn geweest, was de manier waarop ons volk daarmee is omgegaan een bron van vreugde en trots. U hebt het allemaal gezien: de daadkracht, de creativiteit, de vastberadenheid waarmee de mensen de zieken hebben verzorgd, het virus hebben bestreden, elkaar hebben gesteund.

De vrouw die zich met de boodschappentas naar huis haast, de buschauffeur die met zijn bus blijft rijden, de postbode die zijn ronde blijft doen, de vuilnisman die de vuilzakken in de camion blijft laden, de politieagente die paraat blijft om te beschermen, Verder zijn de straten stil. De pleintjes verlaten. De pauzeknop lijkt ingedrukt.

Maar achter gesloten deuren gaat het leven verder. En dikwijls is daar veel moed en doorzettingsvermogen voor nodig.

Professionele zorgverleners, vrijwilligers en mantelzorgers riskeren hun leven. Boeren, fabrieksarbeiders en winkeliers nemen risico’s om ervoor te zorgen dat wij verder kunnen. Ouders proberen thuiswerk, kinderzorg en lesgeven te combineren. Leerkrachten vinden creatieve manieren om hun kennis en kunde te delen.

Onze ziekenfondsmedewerkers doen hun uiterste best om onze dienstverlening voort te zetten én om onze kwetsbare leden nog beter te bereiken en te dienen. Het gaat om mensen die in eenzaamheid vertoeven of van geen hout nog pijlen weten te maken. Wij bieden hen een luisterend oor, oplossingen voor de problemen die zich stellen. De reacties van onze leden zijn hartverwarmend, ontroerend. Het sterkt ons in de overtuiging dat we op deze ingeslagen weg verder moeten gaan. Extra gemotiveerd.

Het virus kan plots heel dichtbij komen. Dichterbij dan ik voor mogelijk hield.

Maar, als je gedurende 1 week in het ziekenhuis (Bonheiden) drie keer per nacht doorweekt van het naar verbrande rubber stinkende koortszweet, moet worden opgefrist en je bed ververst, en je ziet het ziekenhuispersoneel dat telkens weer doen, zonder verpinken, met de glimlach en een lief woord, dan ben je daar zelf buitengewoon dankbaar voor, maar besef je ook wat dag in dag uit, nacht in nacht uit, elk uur, overal in het land, duizenden verzorgenden voor hun medemensen doen.

Terecht applaudisseren we elke avond om 20 uur voor die mensen. Zij verdienen elke dag een ode en serenade. En hoe ontroerend is het niet dat in Antwerpen, het personeel van ZNA applaudisseerde voor de mensen die respectvol de maatregelen volgen.  Hoe schoon is dat?

We proberen er samen door te komen. Zijn iedereen dankbaar die daarbij helpt op zijn of haar manier.

‘Dankbaarheid’ is mijn favoriete woord van het jaar.

We voelen toch allemaal die enorme spontane golf van solidariteit. En dat verklaart dat we zelfs in het diepst van de crisis warmte en vreugde voelen. Elk van ons voelt dat, “zij geven om mij”, de mensen die ons verzorgen, maar ook iedereen die blijft werken om de samenleving draaiende te houden.

De mensen die in hun kot blijven, ook al zijn ze het kotsbeu, maar het doen om ons te blijven beschermen. De mensen die zelf mondmaskers naaien, zelfs de kleren van de Koning moeten eraan geloven.

We zijn een gemeenschap, we zorgen voor elkaar.

Terwijl we sociale afstand houden, komen we dichter bij elkaar. Mensen zijn van nature solidair. Als de nood het hoogst is, zijn we er voor elkaar.

De kracht van Vlaanderen zit niet in de klauwen of tanden van de leeuw. De kracht van Vlaanderen komt uit het hart van de leeuw!

Solidariteit redt ons. De spontane solidariteit van de mensen en de georganiseerde solidariteit die we via de overheid organiseren.

Net zoals bij de bankencrisis van 2008 zien we vandaag weer dat ook degenen die zich anders categoriek afzetten tegen een op solidariteit gebaseerde verzorgings- en welvaartstaat, voluit beroep doen op onze sociale zekerheid en ons belastinggeld.

De overheid en onze herverdelingsmechanismen hebben in de financiële crisis de banken en de economie gered. Zij bestrijden vandaag het virus. Zij steunen de mensen die door de coronacrisis hun werk verliezen. Het zou nu, door die twee grote crises op goed tien jaar tijd, voor iedereen duidelijk moeten zijn: als gemeenschap staan we sterk door een sterke overheid, door een sterke sociale zekerheid. Mensen kunnen elkaar doeltreffend helpen omdat die sociale zekerheid er is. Koester ze. Verzet je tegen besparingen die haar ondergraven.

Als het echt moeilijk wordt zoals in de financiële crisis van 2008 zien we dat de banken socialistisch worden en vragen dat de overheid hen zou redden. Als het nog moeilijker wordt zoals in de coronacrisis zien we dat iedereen, ook al weten ze dat nog niet, socialist wordt.

Leve de solidariteit, leve het socialisme!

Paul Callewaert
1 mei 2020