Commercialisering en vermaatschappelijking in de gezondheidszorg

Onze principes zijn glashelder: gezondheidszorg is een recht voor iedereen. De beste garantie hiervoor is de wettelijk verplichte ziekteverzekering, gebaseerd op solidariteit tussen rijk en arm, gezond en ziek en jong en oud. Het uitgangspunt is dat de gezondheidszorg een publieke dienst is ten bate van de samenleving en dat de noden van de patiënt hierbij steeds vooropstaan.

Winstgerichte zorgverlening en commerciële verzekeringen botsen met deze principes. Commerciële bedrijven staan uiteindelijk ten dienste van veelal anonieme aandeelhouders, die wanneer het er op aankomt meer oog hebben voor hun portefeuille dan voor het sociale belang van de zorg.

Gezondheidszorg is geen product zoals een ander. De financiering en het beheer van de wettelijke ziekteverzekering en gezondheidszorg zijn maatschappelijke verantwoordelijkheden. We besteden deze diensten níét uit aan private ondernemingen.

In ons land vervullen de niet-winstgerichte ziekenfondsen – en sinds de staatshervorming ook in toenemende mate de zorgkassen – een specifieke rol in de gezondheidszorg. Ze staan in voor zowel het beheer als de uitvoering van de ziekteverzekering en de Vlaamse Sociale Bescherming. Als burger kan je kiezen tussen verschillende ziekenfondsen, die allemaal op dezelfde wijze en voor iedereen de wettelijke ziekteverzekering moeten toepassen. De concurrentie tussen de ziekenfondsen beperkt zich tot de service en de aanvullende verzekeringen. Deze sterk ingeperkte marktwerking leidt tot op vandaag tot goede resultaten.

Sluipende commercialisering

Toch moeten we op onze hoede zijn voor sluipende commercialisering.

  • Door de vergrijzing en nieuwe technologieën zullen de kosten voor onze gezondheidszorg de komende decennia blijven stijgen. Als het budget onvoldoende volgt – wat momenteel aan het gebeuren is – dreigt de ziekteverzekering achter te lopen op de noden van de patiënt. Zo komt een zorg met 2 snelheden in beeld, waarbij de extra verzekeringen aan belang winnen. Alleen voldoende en solidaire financiering van de ziekteverkering kan dit verhelpen.
  • Door de staatshervorming is Vlaanderen bevoegd voor een aantal belangrijke sectoren van de gezondheidszorg, waaronder de woonzorgcentra. Voor de organisatie en financiering van deze nieuwe bevoegdheden kiest Vlaanderen voor een eigen aanpak onder de naam Vlaamse Sociale Bescherming (VSB). Ook hier is het nog de vraag of Vlaanderen kiest voor een sociale aanpak of toch de private toer opgaat. Als de overheid de moed niet heeft om de financiering voldoende robuust te maken, zal die commercialisering er hoe dan ook komen.
  • Het beleid zet almaar meer in op ‘vermaatschappelijking van de zorg’. Een mooi begrip, op voorwaarde dat men voldoende investeert in professionele en betaalbare zorg. Voor ons is het onaanvaardbaar om onder dit mom de zorg af te bouwen en naar een ieder-trekt-zijn-plan-model te evolueren.
  • Uit een grootschalig bevolkingsonderzoek dat we uitvoerden blijkt dat het draagvlak voor onze verzorgingsstaat nog zeer solide en zelfs groeiend is. Dit staat haaks op de politieke keuze van de afgelopen jaren om onze verzorgingsstaat af te bouwen. Er is dan ook alle reden om wel werk te maken van de uitwerking van een nieuw en duurzaam kader voor de publieke financiering van de zorg. Deze politieke keuze hangt wat ons betreft ook nauw samen met de noodzaak van rechtvaardige fiscaliteit en de omschakeling van meer bijdragen op vermogen, eerder dan op arbeid.