Digitalisering van getuigschriften voor versterkte hulp (e-attest)

Binnen het plan e-Gezondheid 2.0 werd een actiepunt geformuleerd rond de digitalisering van het doktersbriefje. Actiepunt 14 staat voor de ‘afschaffing van papieren getuigschriften voor verstrekte hulp in het kader van de facturatie van de contante betaling’. De getuigschriften worden in een gestructureerd formaat gedigitaliseerd en via een gegevensstroom van de zorgverlener naar het ziekenfonds verstuurd. Het ziekenfonds antwoordt met een elektronische bevestiging. Het lid betaalt het ereloon aan de huisarts en het ziekenfonds doet de terugbetaling aan het lid.

De omschakeling van papier naar digitaal gebeurt gefaseerd, te beginnen met de sector van de huisartsen. Het papieren circuit blijft vooralsnog bestaan.

Binnen onze organisatie dienden we 2 grote IT-applicaties te ontwikkelen. Enerzijds een online applicatie voor de synchrone behandeling van de elektronische berichten. Anderzijds een geheel van batchapplicaties voor de backofficeverwerking. Elke stap in het proces moet intern kunnen opgevolgd worden via de business-monitor. Eveneens moet het lid de status van zijn getuigschrift kunnen opvolgen via e-Mut of de nieuwe e-Mut mobiele app.

Gezondheidszorg gebruikte het klassieke V-model voor de ontwikkeling van de online applicatie. Bij deze ontwikkelingsmethode wordt in elke fase van het project de basis gelegd voor de overeenkomstige testfase. Dit heeft onder meer als voordeel dat er een aanzienlijke tijdwinst kan geboekt worden. Ontwerpfouten komen ook in een vroeg stadium aan het licht.

De opvolging aan IT-zijde gebeurt door de projectcoördinator in overleg met de business-analist/projectleider. De opvolging bestaat uit het regelmatig opvragen van de stand van zaken in de ontwikkelingsgroepen, maar ook uit het organiseren van vergaderingen om problemen uit te klaren of vragen te beantwoorden. Maandelijks is er een formele rapportering in de stuurgroep Gezondheidszorgen. Hierin wordt telkens de voortgang van het project aangetoond en de risicofactoren toegelicht. Verder werd op strategische momenten een coördinatievergadering voorzien, met alle betrokken business-analisten en/of IT-verantwoordelijken.

Het belang van dit project is groot. De ziekenfondsen worden geëvalueerd door het RIZIV op hun kennis en bekwaamheid om een dergelijk project correct uit te voeren, en dat binnen de afgesproken termijnen. Dit project impliceert het uitvoeren van synchrone controles. Onze databases moeten van goede kwaliteit zijn (qua structuur, toegang en gegevenskwaliteit) en 24 uur op 24 beschikbaar. Verder is er de vereiste om binnen de 4 seconden te antwoorden op synchrone berichten. In 99,76 % van de gevallen antwoorden we binnen de 5 seconden. Onze gemiddelde antwoordtijd bedraagt 0,77 seconden, waarmee we aan de top staan.

Het correct kunnen opvolgen van de voortgang van verwerking van het e-attest door zowel de ziekenfondsen als de leden was eveneens een noodzaak. Dat werd gerealiseerd met een .net-consultatietransactie, initieel in een vrij elementaire vorm, maar na enkele releases beter afgestemd op de behoeften van de ziekenfondsen. Verder beschikken de ziekenfondsen over een Cognos-dashboardtoepassing die toelaat om selecties en grafische overzichten te maken.

Belangrijke uitdagingen waren:

  • De correcte samenwerking met externe partners zoals de andere ziekenfondsen, het NIC, eHealth, Atos en de packageproviders.
  • De interne coördinatie tussen de businessanalisten, de ontwikkelingsgroepen, infrastructuur en B2B.
  • Het implementeren van een systeem dat binnen de 4 seconden synchroon kan reageren op binnenkomende digitale berichten met integratie van de fallback-antwoorden.
  • Het opzetten van een batchproces voor de verwerking en tarifering van de getuigschriften, met gegevensstromen bij de diensten Uitkeringen, Aanvullende voordelen en Boekhouding en in verschillende frontofficetoepassingen zoals e-Mut, het Uniek Dossier en Loket.
  • De betaling aan het lid realiseren binnen een korte termijn na het bezoek aan de arts. In het overgrote deel van de gevallen vertrekt de betaling naar de bank op dag +1.

De productiedatum was 1 januari 2018, wanneer een eerste groep artsen van is gegaan met het e-attest. Vanaf 6 februari 2018 is de applicatie geleidelijk uitgerold naar alle huisartsen.

Op 30 juni 2018 maakte het volume prestaties via e-attest 20 % uit van het totale volume aan contant betaalde prestaties bij huisartsen. Halfweg 2018 hadden de ziekenfondsen zo’n 2 miljoen e-attesten ontvangen.

In 2019 wordt gewerkt aan een optie om e-attesten te kunnen annuleren en aan een versie 2, met een generieke structuur die ook bruikbaar zal zijn voor tandartsen en andere zorgverleners. Dat heeft uiteraard gevolgen voor de verwerking van de e-attesten.