Patiënt betaalt tot 2000 euro voor vervoer tussen ziekenhuizen

21 januari 2020

Patiënten krijgen onvoorspelbare facturen tot 2000 euro voorgeschoteld als ze vervoerd worden tussen ziekenhuizen. Dat blijkt uit een analyse van de Socialistische Mutualiteiten. Het ziekenfonds vreest een toename van deze facturen in het kader van de ziekenhuisnetwerken en roept op tot een dringende oplossing waarbij de patiënt niet de rekening betaalt van de samenwerking en specialisatie.

Op 1 januari 2020 gaan de ziekenhuisnetwerken van start. Elk ziekenhuis zal dan deel uitmaken van een netwerk met andere ziekenhuizen. De bedoeling is dat ziekenhuizen meer samenwerken en beter bekijken wie wat doet, wie zich waarin specialiseert, hoe zware investeringen gezamenlijk gedragen kunnen worden en hoe de ziekenhuisfinanciering deels op netwerkniveau efficiënter geregeld kan worden. Dit alles zou moeten leiden tot een betere kwaliteit van de zorg en een betere afstemming op de behoeften van de bevolking.

Dat is goed nieuws. Ook voor de patiënt. Toch zijn er nog adders onder het gras. In het kader van de samenwerking en specialisatie binnen de netwerken staat het in de sterren geschreven dat het niet-dringend patiëntenvervoer tussen ziekenhuizen zal toenemen. En laat dit nu net een domein zijn waar nog veel valkuilen blijven, met vaak een gepeperde factuur voor de patiënt als gevolg.

Arbitraire terugbetaling

Of iemand nu een terugbetaling krijgt voor niet-dringend vervoer tussen ziekenhuizen, hangt van verschillende zaken af. Ten eerste: is er een overnachting in het ontvangende ziekenhuis? Ten tweede: wat is de juridische structuur van het ziekenhuis? Tussen campussen van dezelfde ziekenhuisgroep draagt het ziekenhuis de kosten.

*Uitzonderlijk weigert een ziekenhuis toch soms de transportkosten van vervoer op dezelfde dag ten laste te nemen omdat de reden van transport/behandeling niet in relatie stond met de reden van opname.

Dit huidige onderscheid is willekeuring. De noodzaak aan overnachting is vooraf niet in te schatten, hangt af van ziektetoestand, of artsen of apparatuur beschikbaar zijn …

Tot ruim 2000 euro ten laste van de patiënt

De Socialistische Mutualiteiten analyseerden hun gegevens van 2018 om zicht te krijgen op de kosten hiervan. Het ziekenfonds legde de loep over de nomenclatuurcodes 960470 (ambulant) en 960481 (hospitalisatie), de codes voor ‘diverse kosten in ziekenhuizen: ambulancekosten (supplementen voor niet door Z.I.V. vergoede producten, verstrekkingen of diensten)’.

Deze kosten zijn volledig ten laste van de patiënt. Ze worden ook niet meegerekend in de maximumfactuur. De code hospitalisatie wordt gebruikt indien het om gehospitaliseerde patiënten gaat. Het kan zo gebeuren dat een opgenomen patiënt niet optimaal verzorgd kan worden in het ziekenhuis waar hij verblijft, waardoor hij overgebracht moet worden naar een meer gespecialiseerd ziekenhuis.

De ambulante code wordt gebruikt bij ambulante patiënten die via de spoed van of een raadpleging in het ziekenhuis van vertrek worden doorverwezen naar een ander ziekenhuis, en waarbij het vervoer níét in het kader van het dringend ziekenvervoer (met de 112) gebeurt.

“Merk op dat lang niet alle ziekenhuizen de vervoerskosten via deze pseudocode factureren. Het RIZIV legt geen standaardnomenclatuurcode op, zodat ziekenhuizen eigenlijk vrij zijn te kiezen onder welke noemer ze dit factureren. Het maakt dat we dus slechts een partieel beeld hebben van de problematiek”, schrijven de onderzoekers.

In 2018 werden er 1048 ritten gefactureerd voor gehospitaliseerde patiënten met een gemiddelde kostprijs van 163 euro. De rekening kan oplopen tot 632 euro (P95).1 De 3 duurste facturen bedragen zelfs 1373 euro, 1606 euro en 2099 euro.

Voor ambulante patiënten werden 1398 ritten gefactureerd aan een gemiddelde factuur van 106 euro met een uitschieter tot 1078 euro.

De grote verschillen kunnen onder meer verklaard worden door volgende factoren:

  • afstand tussen ziekenhuizen
  • hogere kostprijs wanneer de aanwezigheid van een arts en/of verpleger medisch noodzakelijk is
  • supplementen nachttarief, wachttijd, zuurstoftoediening en/of infuustoediening

14 van de 114 algemene ziekenhuizen rekenen de vervoerscode voor ambulante patiënten aan. 16 van de 114 algemene ziekenhuizen rekenen de vervoerscode voor gehospitaliseerde patiënten aan. “Dat wil niet zeggen dat enkel deze ziekenhuizen vervoerskosten aanrekenen”, merken de onderzoekers op. “Op basis van klachten en betwistingen van onze leden weten we dat het aanrekenen van dergelijke facturen gangbare praktijk is.”

Hoe landelijker, hoe duurder

40 procent van de ritten worden aangerekend bij leden die in Vlaanderen wonen, 46 procent bij leden die in Wallonië wonen en 13 procent bij leden die in het Brussels Gewest wonen.

De gemiddelde kostprijs per rit varieert naargelang de urbanisatiegraad van de gemeente waar de patiënt woont.

Voor de ambulante code 960470 bedraagt de gemiddelde kostprijs:

  • 96 euro in gemeenten met een hoge bevolkingsdichtheid (>500 inwoners per vierkante kilometer)
  • 114 euro in gemeenten met een matige bevolkingsdichtheid (101-500 inwoners per vierkante kilometer)
  • 210 euro in gemeenten met een lage bevolkingsdichtheid (<101 inwoners per vierkante kilometer).

Voor de hospitalisatiecode gaat het om:

  • 138 euro in de stedelijke gebieden
  • 217 euro in de gebieden met een matige bevolkingsdichtheid
  • 594 euro in de meest landelijke gebieden

Dat is logisch gezien de afstanden tussen ziekenhuizen in landelijke gebieden meestal hoger is dan in stedelijke gebieden.

Vooral oudere patiënten

Vooral oudere patiënten worden geconfronteerd met deze vervoerskosten. De 65-plussers zijn goed voor 44 procent van de ritten. Kinderen tot 9 jaar tekenen voor 17 procent, jongeren in de leeftijdscategorie 10-19 jaar voor 5 procent, volwassenen van 20 tot 44 jaar voor 9 procent en volwassenen in de categorie 45-64 jaar voor 24 procent. 44 procent van de patiënten in deze studie heeft recht op de verhoogde tegemoetkoming. Zij hebben normaal recht op een betere vergoeding van hun zorgkosten, maar in het geval van de niet-terugbetaalde vervoerskosten speelt deze bescherming niet.

Aanbevelingen

Paul Callewaert, algemeen secretaris van de Socialistische Mutualiteiten: “We vrezen dat het aantal ritten en de kosten voor de patiënt zullen toenemen met de komst van de ziekenhuisnetwerken. We zijn voorstander van meer samenwerking tussen ziekenhuizen en het inzetten op specialisatie waar nodig en mogelijk, maar het kan niet zijn dat de patiënt hiervan de rekening moet betalen.”

Het ziekenfonds dringt dan ook aan op een goede terugbetaling voor de patiënt bij vervoer tussen ziekenhuizen.

  1. Er is momenteel slechts een beperkt zicht op de exacte kosten voor de patiënt. Het is noodzakelijk dat alle ziekenhuizen de kosten factureren onder dezelfde code zodat een goede opvolging mogelijk is. Bovendien moeten er duidelijke spelregels komen voor de tarieven.
  2. Het ziekenvervoer tussen ziekenhuizen moet terugbetaald worden door de verplichte ziekteverzekering. Dit kan door het vervoer te financieren via de globale enveloppe van het ziekenhuisnetwerk of op te nemen in de ziekenhuisfinanciering.

Voor het ziekenfonds moet dit niet noodzakelijk veel kosten. Callewaert: “De toenemende specialisaties binnen netwerken en de doorgedreven samenwerking moeten op termijn tot efficiëntiewinsten leiden. We stellen voor een deel van de vrijgekomen middelen te gebruiken om de vervoersfactuur terug te betalen.”

Perscontact
Katrien De Weirdt | Woordvoerster
T 02 515 05 12 | G 0470 27 58 79 | E katrien.deweirdt@socmut.be