Prijzen in Vlaamse woonzorgcentra blijven stijgen

20 februari 2020

In 2019 bedraagt de dagprijs in een Vlaams woonzorgcentrum gemiddeld 59,05 euro. Dit betaalt een bewoner voor onder meer de woongelegenheid, de maaltijden en de verpleging. Eventuele supplementen voor extra diensten vallen buiten dit bedrag. Onder dat gemiddelde bedrag van 59 euro gaan vele verschillen schuil. De cijfers tonen aan dat de prijzen blijven stijgen, hoog tijd dus dat de Vlaamse regering de situatie omkeert.

Evolutie dagprijzen woonzorgcentra

Voor het vierde jaar op rij komt het Agentschap Zorg en Gezondheid naar buiten met de gemiddelde dagprijzen van ondertussen 818 woonzorgcentra. De dagprijs omvat kosten voor onder meer de woongelegenheid, de maaltijden en de verpleging. Naast de dagprijs kan een woonzorgcentrum ook nog supplementen aanrekenen voor kosten die niet in de dagprijs zitten, deze werden niet meegenomen in de publicatie. Voor een zicht op de aanrekening van supplementen verwijzen we naar onze rusthuisbarometer van eind 2017. Met de eerste publicatie van die rusthuisbarometer waren we in 2016 een voortrekker. Omwille van de hoge manuele workload en het feit dat de Vlaamse overheid nu zelf naar buiten komt met cijfers wordt de rusthuisbarometer door ons niet meer gepubliceerd. We verwachten wel dat de overheid in de toekomst ook communiceert over de supplementen. Want onze rusthuisbarometer gaf een vollediger beeld dan hetgeen de Vlaamse overheid ons vandaag biedt.

Het algemene beeld

De gemiddelde dagprijs bedroeg in 2019 59,05 euro tegenover 57,59 euro in 2018. Dit is een stijging met 2,54%. In die periode steeg ook de consumptieprijsindex met 1,89% wat resulteert in een reële dagprijsstijging van 0,65%. In 2018 stegen de dagprijzen met 2,29% met een reële prijsstijging (ex. inflatie) van 0,47%. De prijsstijging in 2019 was dus hoger dan vorig jaar.

De stijging van de gemiddelde dagprijzen valt deels te verklaren door de stijging van de consumptieprijsindex, en deels door een hogere dagprijs bij nieuwe voorzieningen. De 12 nieuwe voorzieningen in deze meting hadden een gemiddelde dagprijs van 66,90 euro of 13% hoger dan het Vlaamse gemiddelde. 480 voorzieningen voerden een indexatie van hun dagprijs door die hoger was dan de consumptieprijsindex. Ook vervangingsnieuwbouw en capaciteitsuitbreidingen in bestaande woonzorgcentra worden aangegeven als factoren voor de prijsstijgingen.

Het statuut van het woonzorgcentrum

De gemiddelde dagprijs verschilt al naargelang het statuut van het woonzorgcentrum. Een woonzorgcentrum kan georganiseerd worden for profit, als VZW (social profit) of als openbaar woonzorgcentrum. In Vlaanderen zijn ruim 1 op 4 woonzorgcentra openbaar, 40% zijn social profit en nog eens 30% zijn for profit.

De prijzen liggen gemiddeld genomen het hoogst in de for profit voorzieningen met 64,66 euro. Voor de social profit en openbare woonzorgcentra ligt de prijs rond de 57 euro. De sterkste stijging zien we in de social profit voorzieningen. Maar het verschil in prijsstijging is klein (zie tabel 2).

De provincie van het woonzorgcentrum

Kijken we naar de prijzen per provincie zien we dat de prijzen gemiddeld het hoogst liggen in Brussel en Antwerpen. Daar betaal je per dag zo’n 6 euro meer dan in Limburg, West- en Oost-Vlaanderen. De prijzen stijgen het sterkst in Limburg, waar een inhalingsbeweging mogelijk wordt ingezet. In de duurste provincies is de stijging het minst sterk.

Kijken we naar de variatie per provincie dan zien we dat in Antwerpen het goedkoopste WZC een dagprijs vraagt van 36,49 euro en het duurste 155,11 euro. Dat is dus 4 keer zo duur. In Limburg wordt dat 42,35 euro en 74,87 euro. In Oost-Vlaanderen gaat het om 43,01 euro en 107,50 euro oftewel 2,5 keer zo duur. In West-Vlaanderen gaat het om 38,26 euro en 139,49 euro of 3,5 keer zoveel. In Vlaams-Brabant gaat de prijs van 37,84 euro tot 95 euro, hetgeen 2,5 keer zoveel is. In Brussel tot slot spreken we over 53,18 euro en 77,27 euro.

Link tussen het instellingsforfait en de dagprijs?

Het instellingsforfait is een bedrag dat de instelling uitbetaald krijgt via de zorgkassen, sinds 2019 is dit in Vlaanderen gekend als de tegemoetkoming voor zorg. Er is dus een directie link tussen de zorgzwaarte van de bewoners en het toegekende budget. Maar hoe verhouden dit forfait en de dagprijs zich tot elkaar? We stellen ons hier de vraag of er een verband gevonden kan worden tussen beiden. Daarvoor kijken we per provincie naar de instellingen met de hoogste en laagste dagprijs. Er valt hier niet direct een link vast te stellen. Zo zorgt een hoger forfait niet automatisch tot een lagere dagprijs. Een lager forfait betekent ook niet automatisch een hogere dagprijs. Om hierover concluderende uitspraken te doen zouden echter alle instellingen bekeken moeten worden mét de hoogte van de gevraagde supplementen.

Conclusie

De Vlaamse overheid heeft nog steeds geen sleutel gevonden om de prijsstijgingen in de woonzorgcentra stop te zetten. De korting voor de bewoner via het infrastructuurforfait is slechts een doekje voor het bloeden. Met dit forfait wil de Vlaamse Regering de verhoging van de dagprijs van een kamer in een woonzorgcentrum na een infrastructuurinvestering beperken door aan de bewoner een korting van 5 euro per dag toe te kennen. Het feit dat nieuwe woonzorgcentra hun dagprijs zelf kunnen bepalen doet duidelijk geen goed, de beperkte ‘groei’ in prijs die erna volgt daar heeft de bewoner weinig aan. De realiteit is dat de gemiddelde prijs ook dit jaar weer stijgt, dit hoger dan de inflatie en dat het voor bewoner en familie een grote bekommernis blijft of men zijn/haar oude dag in financiële rust kan doorbrengen. Vandaag lijkt dat alvast niet het geval. We roepen de overheid op haar verantwoordelijkheid dringend te nemen en meer te doen dan de scherpe kantjes afronden. Wij geven alvast volgende aanbevelingen mee om daar werk van te maken:

• Werk de onder-financiering voor de woonzorgcentra weg: maak werk van een 100 procent RVT-dekking.
• Stel dagprijsmarges in voor de instellingen op basis van objectieve criteria, zoals het aanbod en de kwaliteit van de infrastructuur en de hotelfunctie. Voorzie ook marges voor de supplementen.
• Bescherm de rusthuisbewoner tegen prijsverhogingen: een aanpassing van de dagprijs (met uitzondering van indexering) vormt wel degelijk een aanpassing van de overeenkomst tussen de bewoner en de instelling. De bewoner inlichten via de bewonersraad zoals vandaag voorzien is, is onvoldoende.
• Bekijk welke supplementen in de dagprijs geïntegreerd kunnen worden. Dit maakt een betere onderlinge vergelijking tussen rusthuizen mogelijk. We denken bijvoorbeeld aan kosten voor de was alsook abonnement voor televisie of telefoon.
• Zorg voor een permanente monitoring van de evolutie van de dagprijzen en de supplementen in de rusthuizen.
• Zorg voor een meer transparante factuur op maandbasis.

Mathias Neelen
NVSM Studiedienst

Bron: https://www.zorg-en-gezondheid.be/dagprijzen