Hoe houden we de gezondheidszorg betaalbaar voor iedereen?

België besteedt een goede 10 % van zijn bruto binnenlands product (bbp) aan gezondheidszorg. Is dat veel of weinig? Het is maar hoe je het bekijkt.

Enerzijds is 10 % veel, want we spreken over verschillende miljarden. Als we rekening houden met de vergrijzing, technologische innovatie en de stijgende verwachtingen van de mensen, dan weten we dat dit budget de komende decennia eerder zal toenemen dan afnemen.

Ook als we dit bekijken vanuit het oogpunt van de patiënt, loopt de gezondheidsfactuur hoog op. De patiënt betaalt ongeveer een kwart van de gezondheidszorgen uit eigen zak. Dat is te veel, zeker omdat de gezondheidsuitgaven sterk geconcentreerd zijn: 5 % van de bevolking heeft gemiddeld 21 keer hogere kosten dan de overige 95 %. Van de meest kwetsbare groep rapporteert 9 % zorg uit te stellen omwille van de hoge kostprijs.

Kortom: ja, de gezondheidszorg kost veel, zowel aan de patiënt als aan de overheid.

Solidair betaalbaar

Anderzijds is 10 % relatief weinig. Een goede gezondheid en toegankelijke gezondheidszorg staan nog altijd bovenaan op het lijstje van nieuwjaarswensen. In vergelijkbare landen zien we gelijke cijfers. En de gezondheidszorg is niet enkel een kostenpost, maar ook een investering die rendeert. Solidair investeren in gezondheidszorg is geen verloren geld, maar een garantie op economische groei, koopkracht en vooral een kwaliteitsvol leven voor iedereen. Ons systeem is – zowel op sociaal vlak als vanuit een doelmatigheidsoogpunt – veruit te verkiezen boven een ‘ieder-voor-zich’-aanpak. Een studie van het Planbureau toont aan dat de economie met 145 euro groeit voor elke 100 euro die geïnvesteerd wordt in de ziekteverzekering. 100 zorgjobs zorgen voor 22 banen elders.

De Socialistische Mutualiteiten zijn er stellig van overtuigd dat we solidair moeten investeren in kwalitatieve gezondheidszorg. Alleen door de sterkste schouders de zwaarste lasten te laten dragen, houden we onze gezondheidszorg betaalbaar. Alleen zo zorgen we ervoor dat iedereen de zorg krijgt die hij nodig heeft. Alleen zo respecteren we het overlegmodel dat instaat voor de juiste prioriteiten, tarieven en flankerende maatregelen.

Slim investeren, niet ondoelmatig besparen

De laatste jaren wordt er niet meer geïnvesteerd, alleen nog bespaard. Het regeerakkoord laat een jaarlijkse groei van 1,5 % toe, terwijl we volgens het Planbureau rekening moeten houden met een natuurlijke groei – zonder enige investeringen – van 2,2 % per jaar. Met die 1,5 % kunnen we de natuurlijke groei dus zelfs niet financieren.

Maar daar houdt het niet op. In de praktijk wordt nog meer bespaard en wordt de groeinorm van 1,5 % stelselmatig ondermijnd. De ziekteverzekering heeft al een enorme inspanning moeten leveren om het begrotingstraject opgelegd door de regering te respecteren. Tijdens de eerste 4 jaar van de legislatuur heeft de ziekteverzekering 2,1 miljard euro bespaard, waarvan 1,5 miljard euro netto-besparingen. Ter vergelijking: de terugbetaling van raadplegingen en huisbezoeken van huisartsen is goed voor 1,3 miljard euro.

De patiënten voelen de impact niet alleen rechtstreeks maar ook onrechtstreeks. Het overlegmodel dat de basis legt voor tariefzekerheid staat onder druk, waardoor de deconventiegraden stijgen, ondanks belangrijke toegevingen van de ziekenfondsen aan de zorgverleners. Ook is er een onrustwekkende toename van ereloonsupplementen gefactureerd aan de patiënt. Een recente studie van het Intermutualistisch Agentschap (IMA) toont aan dat de ereloonsupplementen in ziekenhuizen 2,5 keer sneller stijgen dan de terugbetalingen door de ziekteverzekering. Ze lopen op tot 531 miljoen euro. In de ambulante zorg merken we eveneens een gestage stijging op van de supplementen, zowel bij specialisten, tandartsen als kinesisten. Volgens voorlopige cijfers van ons ziekenfonds betaalden onze leden in 2016 voor 48,4 miljoen euro aan ereloonsupplementen in de ambulante zorg. In 2017 gaat het zelfs al om 58,7 miljoen euro, een stijging met 21 %.

We stellen voorts vast dat er een zekere moedeloosheid ontstaat bij de actoren van de ziekteverzekering. De budgettaire context voorziet geen zuurstof voor nieuwe initiatieven, tenzij gecompenseerd door extra besparingen. Van investeren is al lang geen sprake meer, eerder van desinvesteren. En dat terwijl er belangrijke onvervulde noden bestaan, zoals tandzorg, geestelijke gezondheidszorg en kinesitherapie. Almaar meer patiënten stellen noodzakelijke zorg uit, ook in de eerste lijn.

De enige sector van de gezondheidszorg waarin men blijft investeren is de farmaceutische sector. Daar lopen de tekorten dan ook op.

Inzetten op patiëntvriendelijke maatregelen

De Socialistische Mutualiteiten zijn bezorgd. In de overlegorganen en daarbuiten proberen we maximaal onze stempel te drukken op het beleid, zodat de patiëntenfactuur niet verder de hoogte in gaat en kwalitatieve zorg voor iedereen gegarandeerd blijft. Gezondheidszorg is een recht, geen luxeproduct noch koopwaar. Niemand mag wakker liggen van zijn dokterskosten.

Onze inzet loont. Zelfs in deze moeilijke besparingscontext. Zo slaagden we er in 2017 in om het remgeld voor chronisch zieke kinderen en jongeren fors te verlagen. Ze moeten nog slechts 1 euro betalen voor een raadpleging bij de huisarts of de specialist. Zo’n 18 000 kinderen komen bij de Socialistische Mutualiteiten onmiddellijk in aanmerking voor dit voordeel. Nog eens 10 000 kinderen kunnen snel en eenvoudig in aanmerking komen als ze een globaal medisch dossier (GMD) hebben. Ook elders trokken we consequent de kaart van de patiënt en hielden we niet te rechtvaardigen ereloonverhogingen tegen.

Geestelijke gezondheidszorg

De Studiedienst van de Socialistische Mutualiteiten bestudeerde in 2017 de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Experts uit de sector lieten ons verstaan dat de GGZ veel meer aandacht moet krijgen van de ziekteverzekering. Geschat wordt dat slechts 6 % van het RIZIV-budget besteed wordt aan GGZ. Men plaatste ook kritische kanttekeningen bij de vermaatschappelijking van de zorg. Voor de huidige regeringen wordt die term eerder gebruikt als dekmantel voor besparingen dan om kwetsbare mensen écht beter te helpen. Het thema leidde onvermijdelijk ook naar de huidige staatshervorming die coherent en doelmatig beleid in de weg staat. Als meest tastbare prioriteit werd de organisatie en financiering van een eerstelijnspsycholoog ruim onderschreven. Vandaar ook de bevraging die door de Studiedienst werd opgezet en waaraan veel huisartsen deelnamen. Het op de politieke agenda plaatsen van dit dossier was een van de hoofdbetrachtingen van deze bevraging.

Hospitalisatieverzekeringen

Ons ziekenfonds gaat resoluut voor een solidaire, wettelijke en verplichte ziekteverzekering. In de praktijk merken we echter dat mensen hun toevlucht nemen tot extra verzekeringen om zich te beschermen tegen oplopende en onvoorspelbare kosten.

Niet enkel sociaal maar ook economisch gezien zijn deze extra verzekeringen een slechte oplossing. Onverzekerden, dubbel verzekerden, risicoselectie, hoge beheers- en marketingkosten, geen instrumenten om collectief op de prijszetting te drukken, het belang van de kleine lettertjes in het verzekeringscontract, het inflatoir karakter … er zijn heel wat redenen waarom we deze ontwikkeling met lede ogen aanschouwen.

Toch vindt ons ziekenfonds het ook zijn plicht om – zolang het ideaal van een uitgebreide en versterkte ziekteverzekering niet gerealiseerd is – een sociaal en betaalbaar alternatief voor de private verzekeringen te bieden. Daarom brengen we onze eigen verzekeringsproducten op de markt. Bij de ontwikkeling ervan besteden we bijzondere aandacht aan de betaalbaarheid en het sociale karakter.