Toepassing artikel 25 EU-verordeningen en bilaterale overeenkomsten

Wanneer onze leden op reis zijn in het buitenland en daar een beroep moeten doen op een zorgverlener, kunnen ze de kosten rechtstreeks laten terugbetalen met hun Europese Ziekteverzekeringskaart (EZVK) of een bilateraal document. Als het lid geen gebruikmaakt van de EZVK of het bilaterale document, moet hij de verzorging zelf betalen. Van zodra hij terug in België is, kan hij zijn facturen indienen bij het ziekenfonds.

Bij bedragen onder de 200 euro betalen we dan een forfaitair percentage (75 %) terug. Bij bedragen boven de 200 euro moet ons ziekenfonds de bevoegde buitenlandse instellingen vragen of er een vergoeding is volgens de daar geldende wetgeving. Dat is ook het geval bij dossiers boven de 500 euro bij niet-private instellingen of zorgverleners in landen met een bilaterale overeenkomst. Artikel 25 van EG-verordening 987/2009 bepaalt dat we pas na 3 maanden een herinnering mogen sturen. Blijft het antwoord uit, dan mogen we het lid na nog eens 3 maanden uitbetalen volgens de Belgische tarieven. Als het een privé-instelling of -zorgverlener betreft, mogen we onmiddellijk de Belgische tarieven toepassen. Is dat niet het geval, dan mogen we het Belgische tarief toepassen na het akkoord van het lid. Zijn verklaring bewaren we in het dossier.

Om onze leden beter van dienst te zijn, verkorten we de verwerkingsprocedure. Onmiddellijk een uitbetaling volgens Belgisch tarief toepassen is een mogelijkheid. Zo kan ons lid sneller zijn uitbetaling ontvangen en kunnen we sneller het attest aan de privéreisverzekering afleveren die het resterende bedrag aan zijn cliënt kan verrekenen.

Een andere uitdaging is digitalisering van de dossiers. Door te digitaliseren kunnen facturen niet verloren gaan en kunnen onze medewerkers ze altijd en overal consulteren.

In 2017 behandelde ons ziekenfonds 719 dossiers binnen de EER en 213 dossiers met bilaterale overeenkomsten. De meest vertegenwoordigde landen waren Spanje (266 dossiers), Frankrijk (174) en Turkije (116).