Wijkgezondheidscentra: goedkoper voor patiënt, even duur voor ziekteverzekering en minstens even goed

Forfaitair gefinancierde wijkgezondheidscentra kosten de ziekteverzekering evenveel, maar zijn goedkoper voor de patiënt. Bovendien scoren ze op een aantal onderzochte kwaliteitsindicatoren beter. Dat blijkt uit een studie van het Intermutualistisch Agentschap (IMA). Het maakte een vergelijking tussen de 2 financieringssystemen voor de eerstelijnszorg: de betaling per prestatie enerzijds en de forfaitaire financiering anderzijds.

  • De wijkgezondheidscentra en de prestatiefinanciering kosten de ziekteverzekering even veel. De wijkgezondheidscentra kosten meer in de 1ste lijn (huisartsgeneeskunde, kinesitherapie en verpleegkundige verzorging), maar minder in de 2de lijn (ziekenhuizen, woonzorgcentra, geneesmiddelen …).
  • De patiënt zelf is goedkoper af bij een wijkgezondheidscentrum. De patiënt betaalt geen remgeld en gezien hij minder beroep doet op de 2de lijn moet hij daarvoor ook minder uit eigen zak betalen.
  • De wijkgezondheidscentra scoren voor een aantal onderzochte kwaliteitsindicatoren beter dan de prestatiefinanciering. De dekkingsgraad voor griepvaccinatie bij ouderen en voor borstkanker- en baarmoederhalskankerscreening bij vrouwen ligt zo hoger. Artsen schrijven ook zowel minder als betere antibiotica voor, en nemen vaker hun toevlucht tot goedkope varianten van geneesmiddelen. Diabetici worden beter opgevolgd. Dit neemt niet weg dat er nog ruimte is voor verbetering, rekening houdend met nationale en internationale aanbevelingen.
  • De IMA-studie bevestigt dat de wijkgezondheidscentra toegankelijk zijn voor patiënten met een kwetsbaar profiel.